Skip links
Myrthe Schoot

Papendal voelt als een warme, grote familie

Share

Aan de rand van Arnhem ligt het epicentrum van de Nederlandse topsportwereld. In de bossen van Papendal leggen veel sporters de basis voor een historische prestatie. 387-voudig volleybalinternational Myrthe Schoot (37) kent het complex door en door en heeft de kracht en warmte van Papendal mogen ervaren tijdens haar carrière, werkzame leven én tijdens haar kankerbehandeling.

 

Tekst: Julian Droog –  Beeld: Elly Molenaar

 

Het nieuws dat ze een tumor van zeventien centimeter in haar buik heeft, is een paar weken oud als Myrthe Schoot een berichtje krijgt van één van de beheerders van het topsportcentrum op Papendal. Of ze in aanloop naar de chemobehandelingen en operatie wat fitnessspullen kan gebruiken? “Een griepje kon in die periode mijn dood betekenen, dus had ik mezelf opgesloten in mijn huis in Haarlem”, vertelt ze. “Een beheerder had dat ergens
opgevangen en nam contact op. Stonden daar niet veel later drie ontroerde beheerders voor mijn deur met gewichten. Zo ontzettend lief.”

Tweede thuis

Het lijkt misschien een klein gebaar, maar het is een sprekend voorbeeld van de kracht en warmte van de nationale topsportomgeving net buiten Arnhem, waar al ruim een decennium de Nederlandse top van onder andere de atletiek, het handbal en volleybal traint. Vanwege die betrokkenheid ervaart Schoot het complex al een groot deel van haar leven als een tweede thuis. Eerst als topsporter, nu als projectleider bij sportkoepel NOC*NSF. “Papendal voelt als een huiskamer met één grote familie. En ja, ik snap dat als ik dat zo zeg, mensen daar kotsneigingen van kunnen krijgen.”

 

Ze lacht. Schoot zit goed in haar vel en leeft weer op volle snelheid, zoals ze dat als topvolleybalster ook altijd met veel succes heeft gedaan. Met bijna 400 interlands achter
haar naam zijn er slechts drie andere speelsters met meer wedstrijden voor het Nederlands volleybalteam, waarmee Schoot drie zilveren EK-medailles heeft gewonnen.

Chemokuren en zware operatie

In 2023 besluit ze om een punt achter haar mooie carrière te zetten en zich volledig te richten op haar maatschappelijke loopbaan, waarvoor ze dan al de eerste stappen heeft gezet op een werkervaringsplek bij NOC*NSF. Maar drie maanden later ligt ze doodziek op bed. Als Schoot naar de dokter gaat met buikklachten, blijken die niet te maken te hebben met haar nieuwe kantoorleven, maar met eierstokkanker. Er wordt een tumor ontdekt met een doorsnede van zeventien centimeter en ze moet chemokuren en een zware operatie
ondergaan.

 

“Vooral de operatie was ontzettend spannend. De kanker bevond zich één stadium voor terminaal en het was onduidelijk wat ze zouden aantreffen in mijn buik. Het kon zijn dat er overal uitzaaiingen waren en er niets meer aan te doen was, maar het kon ook zo zijn dat ze alles konden weghalen. Ik heb geluk gehad: het werd het laatste.”

 

Vanaf het eerste moment heeft ze het ziekteproces benaderd op een manier, waarop ze ook haar volleybalcarrière altijd heeft benaderd: met een duidelijk plan en een ijzeren
discipline. “Als je zoiets heftigs meemaakt, val je terug op de kern van wie je bent. Ik ben heel praktisch: is er een probleem, dan is eerst de vraag hoe we tot een oplossing
komen en maken we een plan. Daarover valt dan ook niet met mij te onderhandelen. Zoals ik tijdens mijn volleybalcarrière mezelf elke avond in de spiegel wilde kunnen aankijken en
kunnen zeggen dat ik er alles aan had gedaan om goud te winnen, wilde ik nu kunnen zeggen dat ik er alles aan had gedaan om beter te worden.”

De juiste keuze

Dat leidt wel tot moeilijke beslissingen. “Toen ik werd geopereerd, wist ik dat rust in de eerste drie dagen erna cruciaal zou zijn voor mijn herstel. Ik wilde daarom niemand
aan mijn bed hebben, behalve mijn vriend. Dat was een heftige keuze voor mijn ouders, broer en zus. Ik lag op de ic en zij konden mij niet zien. Daar kan ik nu nog steeds emotioneel van worden. Tegelijkertijd voelde het als de juiste keuze en ben ik er trots op dat ik heb gedaan wat het beste voor mijzelf was.”

 

Ze kan open vertellen over alles wat ze heeft meegemaakt de afgelopen twee jaar. Al vrij snel heeft ze haar verhaal ook gedeeld met de buitenwereld via de podcast ‘Over de top’, die ze maakt met drie volleybalvriendinnen. “Het ziekteproces hoort bij mijn leven als een hoofdstuk in een boek. En ik ben er eerlijk gezegd ook wel trots op hoe ik eruit ben gekomen.”

 

Dat neemt niet weg dat ze nog regelmatig, onverwacht, wordt herinnerd aan haar ziekteproces. “Onlangs was ik bij een concert van Mumford & Sons en werd er een vrouw onwel, die ogenschijnlijk kanker had. Dat greep mij heel erg aan. Later vroeg ik mezelf af waarom ik daar nou zo emotioneel van werd. Dat heeft te maken met vrijheid. Als je ziek bent, is alles wat zo normaal is, niet meer vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld naar een concert gaan. Ik zal ook nooit het moment vergeten dat ik voor het eerst zelf met de auto weer naar mijn ouders reed. Iets wat altijd zo normaal was, was ineens heel spannend. Mijn wereld was heel klein geworden.”

 

Myrthe Schoof

Alles herontdekken

“Sommige mensen hoor ik weleens zeggen dat ze door zo’n ziekteproces het vertrouwen in hun lichaam zijn verloren”, vervolgt Schoot. “Ik zie het als herontdekken en voel juist dat
ik dankzij mijn lichaam nog leef en er zo bij zit. Alleen is het de vraag hoe mijn lichaam ergens op reageert. Je moet alles herontdekken. Vroeger kon ik mezelf bijvoorbeeld tijdens het sporten echt een grens over pushen. Als ik dat nu doe, moet ik kotsen. Dat had ik nooit.”

 

In het hele proces heeft Schoot veel warmte en liefde ervaren. Duizenden briefjes, berichtjes en bloemen heeft ze ontvangen. “Wat ik heel bijzonder vond, is dat er een jaar lang elke week een kaartje op de mat lag van mijn collega’s van TeamNL Athlete Services.” Sowieso heeft sportkoepel NOC*NSF, waar haar team onderdeel van is, een belangrijke
rol gespeeld. Kort na de kankerdiagnose zit directeur Topsport André Cats bij haar aan de keukentafel om erover te praten en een aantal dagen later belt hij op. “Of ik bij NOC*NSF wilde komen werken. Natuurlijk zei ik direct ja, al wist ik op dat moment niet eens wat de baan zou inhouden. Dat maakte ook niet uit. Ik dacht alleen maar: een ‘echte’ baan heb ik ook nog mooi even meegepakt, dat kan van mijn bucketlist. Het was in de fase dat de kans groot was dat ik dood zou gaan en ik waarschijnlijk nooit zou kunnen werken.”

Ter voorkoming zwart gat

Maar na de succesvolle operatie richt ze haar blik al snel op de toekomst en haar re-integratie. En kijk nu: Schoot heeft eerst een jaar als projectmedewerker gewerkt en is nu projectleider bij TeamNL Athlete Services, dat verantwoordelijk is voor
alle voorzieningen en regelingen voor topsporters: van loopbaanbegeleiding tijdens en na een sportcarrière, tot het regelen van korting op topsportproducten zoals matrassen, vitamines en eiwitpoeders. Schoot richt zich met name op TeamNL Inzet, dat topsporters koppelt aan bedrijven, organisaties en verenigingen voor zowel commerciële als maatschappelijke opdrachten. Topsporters geven bijvoorbeeld presentaties, clinics of worden ingezet als dagvoorzitter. “Het mes snijdt aan twee kanten: voor topsporters maken we het zo laagdrempelig mogelijk om je breed te ontwikkelen en kennis te maken met de arbeidsmarkt, tegelijkertijd inspireren ze Nederland met de kracht van topsport.”

 

Voor die matching bestaat ook een aantal commerciële partijen, maar die richten zich op een kleine groep bekende sporters. Schoot: “Wij willen graag dat iedere topsporter de mogelijkheid heeft om zulke opdrachten te doen. Het is één van de manieren waarop we de drempel naar de arbeidsmarkt voor sporters verlagen, zodat ze ons uiteindelijk bij de overstap naar een maatschappelijke carrière niet meer nodig hebben.”

 

Myrthe Schoof

Anders dan topsportbubbel

Zelf heeft ze die switch naar het werkveld inmiddels met succes gemaakt. Al heeft ze wel even moeten wennen aan een wereld die heel anders is dan de topsportbubbel, waarin ze bijna twintig jaar heeft gezeten. “Eerder dacht ik altijd dat de topsportcultuur in de maatschappij de norm is, maar inmiddels besef ik dat ik ‘anders’ ben. Topsporters
doen alles om de beste te zijn of te worden. Daardoor zijn ze meer gefocust op het doel en zoeken ze naar effectiviteit, productiviteit en zijn ze in verhouding denk ik harder op de inhoud. Problemen worden besproken, want anders kunnen ze effect hebben op het resultaat. Als iets vandaag af moet, is ’s avonds doorwerken een no-brainer. En als een aanpak niet werkt, pak je een leeg vel papier en begin je opnieuw met tekenen. Ook ben ik erachter gekomen dat topsport best eendimensionaal is. Het gaat over winnen en verliezen. Het werkveld is complexer, maar kan tegelijkertijd weer leren van de mentaliteit van topsporters.”

 

Die lessen deelt ze zelf onder meer in de lezingen, presentaties en clinics die ze geeft in het bedrijfsleven, naast haar werk bij NOC*NSF. “Ik vertel dan over winnen en overwinnen. Het gaat over buiten je comfortzone treden. Het gaat over leren, elke dag 1 procent beter worden en over samenwerken met anderen: hoe haal je het beste uit een team?”

 

Daarnaast is ze weer volop aan het sporten en traint ze op Papendal mee met de talenten van het Nederlands volleybalteam. Niet fulltime, maar een paar keer per week sluit ze aan. “Even heb ik zelfs getwijfeld om een comeback te maken. Niet alleen om te laten zien dat ik er nog ben, maar dat ik zelfs zo fit ben, dat ik ook weer topsport kan bedrijven. Alleen wil ik er niet meer alles voor laten en dat hoort wel bij topsport.”

 

Maar de open armen waarmee ze is ontvangen toen ze na haar werk bij NOC*NSF in de krachtruimte van het topsportcentrum even ging trainen, zijn eveneens tekenend voor de bosrijke omgeving buiten Arnhem waar ze zich zo thuis voelt. “Er werd meteen gevraagd of ik mee wilde doen met de meiden, terwijl ik een halfjaar op bed had gelegen. Ook dat is het familiegevoel waar ik het over had. Ze helpen mij om weer topsport-fit te worden. Dat wil ik graag, want die fitheid heeft uiteindelijk mijn leven gered.”

 

Dit is een artikel uit Arnhem Insight Editie #2. Lees het hele magazine hier.