Het is al even geleden dat de Arnhemse singer-songwriter Marielle Woltring, alias LAVALU, een album uitbracht. Dat betekent echter niet dat ze stilzit. Integendeel: haar creatieve deuren staan wagenwijd open en ze werkt momenteel aan het schrijven van honderd verschillende songs. Daaruit ontstaan nieuwe inzichten, genres en technieken, terwijl haar muziek altijd diepgaand en authentiek blijft.
Honderd songs, is dat niet een beetje veel?
“Het is een truc van veel Amerikaanse artiesten om voor echte kwaliteit te gaan. Als ik honderd liedjes schrijf, zitten er vast wel tien mooie tussen, is het idee. Ik heb dat een keer in m’n hoofd gehaald en vervolgens zit ik er jaren aan vast. Ik zit nu midden in dit proces en heb inmiddels 71 songs geschreven. Dat zijn geen simpele schetsjes; het moeten echte songs zijn. Ik wil ze stuk voor stuk vóélen, met body, tekst en vorm en zelfs al een beetje productie.”
Waar haal je je inspiratie vandaan?
“Bijvoorbeeld uit Arnhem. Ik woon hier inmiddels 27 jaar en ben er helemaal verknocht aan. Het is sowieso fijn om in een stad te wonen die doet alsof het een dorp is. Er is hier precies genoeg te doen waardoor ik me niet verveel, maar er is ook voldoende rust om me te concentreren op het schrijven van mijn eigen muziek. Songwriting is een heel introvert proces en die ruimte moet ik dus echt kunnen voelen. Ik ben dankbaar dat de stad me zoveel kansen heeft gegeven. In concertzaal Musis bijvoorbeeld, maar ook met de dansers van Introdans en bij het conservatorium, waar ik tegenwoordig eens per week lesgeef. Ik woon in het Spijkerkwartier, een prachtige wijk met veel natuur en andere kunstenaars. Ik voel me een lucky bastard.”
Op je laatste drie albums hoorden we een combinatie van indiepop en klassiek. Vallen deze honderd songs daar ook onder?
“Nee, op dit moment schrijf ik liedjes in allerlei verschillende genres. Op het moment dat ik het creatieve helemaal opengooi, wil ik ook durven schrijven wat er in me opkomt. Dan moet ik dus niet bij de voordeur al zeggen: nee, dit liedje ga ik niet maken, want het past niet in mijn genre. Misschien is dat wat ingewikkeld voor mijn fans, maar met elke nieuwe plaat verlies je nu eenmaal liefhebbers en krijg je er nieuwe bij. Het mag fluïde zijn, denk ik. Bovendien wil ik geen muziek maken met als enige doel dat mijn publiek het mooi vindt. In het verleden heb ik dat weleens gedaan. Het resultaat was een album dat compleet flopte. Het heeft mijn ogen geopend. Ik wil nu niets liever dan dicht bij mezelf blijven, als mens én in mijn muziek.”
Hoe doe je dat dan, dicht bij jezelf blijven in je muziek?
“Dat is best een uitdaging. Ik moet mezelf er regelmatig aan herinneren dat ik tijdens het schrijven niet moet nadenken over of mensen het wel leuk gaan vinden. Het gaat erom dat ik het zelf gaaf vind. Als ik daar trouw en authentiek in ben, trek ik ook mensen aan die daarop resoneren. Daar ben ik van overtuigd. Op het podium kun je alleen een diepere connectie maken met je publiek als je authentiek bent. Ik weet het zeker: de allerbeste platen van de afgelopen vijftig jaar zijn echt niet gemaakt om luisteraars te pleasen.”
Streef je nog steeds naar diepgang in je muziek?
“Jazeker, en niet alleen in mijn muziek, maar ook als mens. In m’n jeugd had ik al moeite met oppervlakkige ‘hoe-gaat-het’-gesprekjes. Als ik die vraag stelde, wilde ik ook écht weten hoe iemand zich voelde of wat er in iemand omging. Ik voel al mijn hele leven dat ik hier kom voor iets anders dan de eerste laag die we zien en horen. Ik ben nieuwsgierig en wil weten wat er onder de oppervlakte speelt. Dat komt – nog steeds – in mijn teksten tot uiting.”
Zing je nog altijd over dezelfde thema’s?
“Er zijn twee emoties: angst en liefde. Wat je ook doet of voelt, alles komt daaruit voort. Ik vind het spanningsveld tussen die twee emoties heel interessant en daar zing ik nog steeds graag over. Maar in de loop der jaren zijn de onderwerpen wel veranderd. Ik ben zelf ouder geworden en kijk anders tegen de wereld aan dan vijftien jaar geleden. Dat is ook de reden dat ik samen met zeven vrouwelijke muzikanten, allemaal geen twintig meer, het ELDA Kollektiv ben gestart.
We helpen elkaar met het ontwikkelen van muziek en met het uitbrengen ervan. We willen met elkaar ruimte afbakenen voor verhalen die je te vertellen hebt als je meer levenservaring hebt. We willen een bredere community opzetten voor rijpere stemmen. Het lijkt me zo gaaf als iemand van 61 straks haar debuutplaat uitbrengt. Waarom niet? Laat daar vooral ruimte voor zijn. Als er mensen of bedrijven zijn die hier affiniteit mee hebben en willen helpen, mogen ze contact met me opnemen.”
–
Tekst & beeld: Elly Molenaar
Dit is een artikel uit Arnhem Insight Editie #3. Lees het hele magazine hier.
