Skip links
Arnhem

Arnhem blijft thuis voor Sarah Dobbe

Share

Ze is het enige Tweede Kamerlid uit Arnhem. Sarah Dobbe (47) reist vrijwel dagelijks vier uur met het ov op en neer tussen Arnhem en Den Haag. ‘‘De terugreis lijkt vaak langer te duren dan heen, omdat je dan graag naar huis wil.’’ Al is ‘graag thuis wil komen’ voor haar misschien een betere formulering. Want dat is wat Arnhem voor het SP-Tweede Kamerlid is: haar thuis.

 

Sarah Esperanza Maria Dobbe – Spaanse moeder, Nederlandse vader – werd in 1979 in Zwolle geboren, maar kwam op haar negende naar Arnhem. ‘‘Mijn vader kreeg een nieuwe baan en dan verhuisde je in die tijd als gezin mee. Tegenwoordig wordt er veel meer op en neer gereisd tussen woonplaats en werk, maar dat was toen nog minder het geval.’’

 

Ze ging in Arnhem naar de basisschool en volgde het voortgezet onderwijs aan het Thomas a Kempis College. Daarna studeerde ze in Nijmegen ontwikkelingsstudies en sociale geografie aan de Radboud Universiteit. ‘‘Ik heb ook kort in Nijmegen gewoond, maar ik werkte bij The Move (het alternatieve muziek- en danscafé aan de Varkensstraat in Arnhem, dat in 2020 definitief de deuren sloot en waarvan het pand – waarin inmiddels RGB Silent Disco Bar zat – tijdens de grote stadsbrand vorig jaar in maart afbrandde) en vond Arnhem ook gewoon veel leuker dan Nijmegen. Dus ben ik al snel weer in Arnhem gaan wonen.’’

Werken in Cambodja

Voor haar studie deed Dobbe afstudeeronderzoeken in Bolivia en op de Filipijnen. Dat smaakte naar meer. Na haar studietijd trok ze met haar man, een Brabander die ze in Arnhem leerde kennen toen hij aan Hogeschool Larenstein in Velp studeerde, naar Cambodja, waar ze allebei vier jaar hebben gewerkt. Een aantal jaren in de hoofdstad Phnom Penh, maar ook een tijd in een Cambodjaans dorp op het platteland, zonder elektriciteit en water. Daar hielp Dobbe arme mensen in een gebied, waar aan het einde van de burgeroorlog de laatste strijd plaatsvond met de militaire organisatie Rode Khmer. ‘‘Alles was er verwoest door de oorlog.

 

‘‘Het was een indrukwekkende en dankbare tijd daar, maar we kwamen in een nieuwe levensfase. Ik raakte zwanger en wilde graag weer dichter bij mijn familie zijn. We besloten terug te keren naar Nederland. We kwamen met helemaal niets aan en hadden overal neer kunnen strijken, maar ik wist 100 procent zeker dat ik weer in Arnhem wilde wonen. Dat is mijn stad.

 

‘‘Toen we terug waren, dacht ik: wat zal ik eens gaan doen? Ik ben bij de vakbond FNV gaan werken. Daar ben ik in 2011 begonnen. Er werd bezuinigd op de zorg, de verzorgingshuizen gingen sluiten. Daar hebben we ons erg tegen verzet. Daar wilde ik iets aan veranderen. Met zorgverleners in de thuiszorg hebben we ook actie gevoerd. Met name in de Achterhoek was ik daar als vakbondsmedewerker bij. Om te strijden voor behoud van de huishoudelijke zorg.’’

 

Opborrelende woede

Dobbe vertelt dat ze als kind al vol zat met veel strijdbaarheid. ‘‘Mijn ouders keken thuis altijd naar het achtuurjournaal. Ik keek mee. Je zag oorlogen, hongersnoden en onrecht. Ik voelde de woede dan in me opborrelen. Ik werd en word altijd erg boos van onrechtvaardigheid. Maar ik ben ook een positief mens. Ik zie overal kansen op verbetering. ‘Laat je woede hand in hand gaan met het goede dat je doet’, is een tekst die op ons SP-partijkantoor in Amersfoort hangt. Ik wilde niet alleen maar woedend aan de kant staan. Als ik een kans zag, wilde ik daar daadwerkelijk wat mee doen. Zo ben ik eerst bij de vakbond terechtgekomen en daarna in de politiek beland.’’

 

Van 2015 tot 2017 was Dobbe namens FNV Zorg cao-onderhandelaar en in 2018 kwam ze namens de SP in de Arnhemse gemeenteraad. ‘‘Voor het raadswerk kom je bij mensen en op plekken in de stad waar je zelf anders nooit komt. Daardoor leer je de stad nog beter kennen. Ik ben door het raadswerk nog meer van Arnhem gaan houden. Ik ga nooit meer uit deze stad weg. Nu ik volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer ben, heb ik vier uur reistijd per dag. Toch blijf ik zo min mogelijk in Den Haag overnachten. En ik wil daar al helemaal niet wonen. De volksvertegenwoordigers die dat doen, zitten snel in een Haagse bubbel en zijn de hele dag niets anders aan het doen dan binnen die bubbel bezig zijn. Ik wil altijd weer terug naar mijn stadje.’’

Aankloppen

Als gemeenteraadslid had ze het gevoel veel voor de stad te kunnen betekenen. ‘‘Als raadslid ken je de stad, weet je om welke mensen het gaat. Wij SP’ers gaan de deuren langs. We kloppen bij mensen aan en vragen hoe het gaat. Dat is ontzettend leuk om te doen. Mensen verwachten niet dat je zo maar bij hen aan de deur staat en je met hun situatie bezighoudt.

 

‘‘Ik heb als raadslid ook veel met huurders in Arnhem samengewerkt. Schimmel- en vochtproblemen in huurwoningen aangepakt. In hele straten in Arnhem-Zuid lopen kinderen met puffertjes. Dat is toch niet normaal? De verhuurder zei: ‘Zet maar een raampje open’. Maar je ziet dat het werkt wanneer wij voor die mensen opstaan. Wij hebben de huurders duidelijk gemaakt dat we dit alleen samen konden doen. Je kan een debat supergoed voeren, je kan gelijk hebben, maar dat betekent niet altijd dat je gelijk krijgt. Wanneer de tribune vol zit met de mensen om wie het gaat, zie je dat het debat anders verloopt. Minder abstract. Hun aanwezigheid is zo belangrijk. De verhuurder is daardoor die problemen in de wijken Presikhaaf en Malburgen uiteindelijk wel gaan aanpakken.

 

‘‘Verder heb ik me onder meer met de bewoners van de Schaapsdrift beziggehouden. Op hun huizen liet de gemeente Arnhem het voorkeursrecht van toepassing zijn. Wanneer ze wilden verkopen, mocht dat alleen aan de gemeente en ze konden uiteindelijk gedwongen worden onteigend. De gemeente was bang dat projectontwikkelaars de buurt op zouden kopen als ze lucht kregen van de stadsvernieuwingsplannen.’’ 

Actiecomité

‘‘Die mensen hebben daar slapeloze nachten van gehad. Ze vreesden dat hun woningen uiteindelijk zouden moeten verdwijnen. Dat heeft zo’n enorme impact op hen gehad. Van mensen die daar al hun hele leven woonden, zou het huis worden afgepakt. We hebben die mensen in een cafeetje in de wijk bij elkaar laten komen en daar is een actiecomité gevormd dat het heel lang heeft volgehouden. Een deel van de huizen is daardoor behouden gebleven. Er zit vaak een kloof tussen wat mensen in de wijken ervaren en wat door het bestuur op het stadhuis wordt besloten. Het is leuk en dankbaar wanneer je iets voor mensen kan betekenen. Het is mooi werk.

 

‘‘Ik heb me in Arnhem ook sterk gemaakt voor de aanpak van straatintimidatie, huiselijk geweld en femicide. Je moet veilig over straat kunnen als vrouw, net als mannen. Twee derde van de vrouwen en meisjes in Arnhem is weleens lastiggevallen of geïntimideerd. Sommige mannen en jongens hebben helemaal niet door hoe anders de publieke ruimte voor vrouwen is. Is het normaal dat je als vrouw moet omlopen? Dat je ’s avonds andere keuzes maakt? Had je die weg niet moeten fietsen, had je daar niet moeten zijn? We accepteren het niet meer. ‘Wij eisen de nacht op’ vind ik een ontzettend goede actie. Ik vind het ook mooi dat de actiegroep Dolle Mina terug is om te strijden tegen achteruitgang in vrouwenrechten en ongelijkheid. Laat je verontwaardiging maar zien, dwing ander gedrag af.’’

Verordening tegen straatintimidatie

‘‘Met Sabine Andeweg van D66 heb ik me in Arnhem sterk gemaakt voor veiligheid voor vrouwen op straat, op scholen, in het middelbaar en hoger onderwijs. Daar is een verordening uit voortgekomen. De eerste in Nederland. Rotterdam had al een verbod op straatintimidatie, maar de boetes die daaruit voortkwamen, hielden bij de rechter geen stand. Wij zijn het anders gaan doen. Dat vind ik heel goed. Aan vrouwen zitten, aan meiden zitten, is niet normaal. De norm stellen, is belangrijk.’’

 

Sinds 13 december 2023 maakt Dobbe deel uit van de SP-fractie in de Tweede Kamer. ‘‘Dat werk is letterlijk minder dichtbij dan als gemeenteraadslid. Maar ook als volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer is het ontzettend belangrijk in contact te blijven met de mensen om wie het gaat. Ik heb een hart voor de zorg, ook vanuit mijn eerdere werk voor de vakbond. Mensen die in de zorg werken, willen dat graag blijven doen, maar het wordt hen steeds moeilijker gemaakt. Ga naar ze toe, loop met hen mee. Dat heb ik onlangs nog gedaan met een wijkverpleegkundige in de thuiszorg.’’

Kleine fractie

‘‘Als Tweede Kamerlid van een kleine fractie moet je wel heel erg kiezen waar je je energie in stopt. Soms moeten we ook dingen laten liggen. We hadden vijf fractieleden, maar na de laatste verkiezingen zijn het er nog maar drie. Maar we gaan door en blijven ons werk zo goed mogelijk doen.’’

 

Volksgezondheid, welzijn en sport is één van de commissies waar Dobbe deel van uitmaakt. Ze wil kinderen graag aan het bewegen hebben en verwacht daar meer heil van bij de aanpak van overgewicht dan bijvoorbeeld van een suikertaks. ‘‘Die drijft alleen de prijs van de boodschappen op, terwijl die voor veel mensen toch al onbetaalbaar zijn. Push dan de producenten minder suiker in hun producten te doen, in plaats van een hogere rekening voor de boodschappen te presenteren.’’

 

Om kinderen meer te laten bewegen, moet volgens Dobbe de omgeving aantrekkelijker worden gemaakt. ‘‘Creëer veel plekken die leuk zijn om naartoe te gaan. Mijn kinderen vonden het geweldig om op het Feestaardvarken te klimmen, toen dat nog in het Bartokpark in Arnhem lag. Dan waren ze wel even zoet. En dan gingen we daarna naar de bibliotheek in het tegenovergelegen Rozet. Een dubbelslag, want zie kinderen tegenwoordig nog maar eens de bibliotheek in te krijgen.’’

 

Wipkip inspireert niet

‘‘Als je kinderen wil laten bewegen, moet je niet alleen een wipkip neerzetten en een schommel ophangen. Je moet een leuke, nieuwe plek creëren, zoals bijvoorbeeld het Skatepark Blauwe Golven in Arnhem. Natuurlijk leven we in andere tijden dan toen ik jong was. Nu zijn er de schermpjes en ziet het hele sociale leven van kinderen er anders uit. Ouders moeten hun kinderen ook niet aan de haren naar buiten slepen, want dat werkt niet, maar een wipkip inspireert ook geen kind om buiten te gaan spelen.’’

 

Wat verder volgens Dobbe belangrijk is: verenigingen betaalbaar houden. ‘‘Die zijn niet alleen belangrijk voor sport en bewegen, maar ook in sociaal opzicht. Ik vind het belangrijk dat kinderen sporten en een sport doen die ze zelf leuk vinden. Mijn oudste zoon van 15 speelt basketbal en de jongste van 10 zit op judo. Iedereen zou toegang tot een sportvereniging moeten hebben. Ook wie minder geld heeft. En preventie tegen overgewicht begint bij sport en bewegen.’’

 

Zelf doet ze overigens weinig aan sport, de tijd ontbreekt haar. ‘‘Ik heb weleens geprobeerd hard te lopen, maar dan moet dat in de wintertijd ’s avonds in het donker en dan kom je weer bij het punt van onveiligheid voor vrouwen op straat. Ik probeer wel elke week een keer yoga te doen, bij een yogajuf in de buurt waar ik woon. Daar word je ook sterk en lenig van.’’

Imker

Dobbe heeft een andere bijzondere hobby: ze is imker. Wanneer ze met haar bijenvolken in de weer is, kan ze haar zinnen verzetten. ‘‘Ik heb drie bijenkasten op verschillende plekken in Arnhem. Mijn vader was ook imker en wij hadden vroeger een bijenkast op ons balkon. Een aantal jaar geleden heb ik zelf een jaar lang een cursus gedaan om imker te worden en echt te weten hoe het moet.

 

‘‘Het is machtig interessant om te zien en weten hoe bijen met elkaar communiceren, hoe ze het werk met elkaar verdelen, en het is gewoon heel leuk om met deze diertjes te werken. Je moet je wel concentreren, dus even aan iets anders denken dan aan werk, want als je niet oplet of je doet iets wat ze niet leuk vinden dan laten ze je dat ook meteen weten. Je merkt ook direct als er iets mis is met de leefomgeving. Zeker als het gaat over gif en bestrijdingsmiddelen, ook in onze stad. Dat overleven bijen niet.’’

 

 

Tekst: Marco van Nek

Beeld: Elly Molenaar

 

Dit is een artikel uit Arnhem Insight Editie #3. Lees het hele magazine hier.